EEN BLADZIJDE UIT HET BOS
Het dagboek van Beer
Vandaag zat ik eerst buiten tussen de bladeren bij de elzen, en later bij de berken met Vos. De bessen van vanmorgen waren nog donker aan mijn handen toen ik de appel uit mijn tas haalde. Ik had hem niet helemaal gelijk gesneden; Vos ziet altijd meteen waar een deuk zit, dus daar hoef je niet moeilijk over te doen.
Ik sneed er rustig omheen en hield een vreemd gevormd stukje over. Vos draaide het rond alsof hij er iets in wilde zien. ‘Een kromme neus,’ zei hij. Dat klonk eigenlijk heel precies. Ik heb het stukje gewoon apart laten liggen. Niet omdat het speciaal moet zijn, maar omdat het zo duidelijk zijn eigen vorm had.
Voor de rest was het een rustige middag. Ik vind het prettig als de dingen netjes verdeeld kunnen worden zonder gedoe. Soms is dat genoeg: een appel, een blad, iemand tegenover je die goed kijkt. De rest kan dan gewoon stil blijven.